Zeven verhaaltjes uit de oude doos

Een berichtje uit de oude doos, najaar 1973

RONDZENDVERKEER(D).
Uit een krantenknipsel van de Gooi-en Eemlander van 22-08-1973 met de volgende inhoud: Geobsedeerde filatelist had berouw.
“Mijn hobby was een obsessie geworden”, verklaarde de 48-jarige bewaker uit Weesp ter zitting van de Amsterdamse politierechter. Verdachte stond terecht wegens verduistering van 23 postzegels uit zgn. rondzendboekjes van een verzamelaarsvereniging, waarvan hij lid was. Uit de boekjes, die onder de leden van de club circuleerden, nam de bewaker 23 zegels van Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea en de Antillen weg, zonder die te betalen. Dit kwam aan het licht door een nauwgezet onderzoek van de Weesper politie, nadat de vereniging tegen N. verdenking had opgevat. “Dit is eigenlijk een akelig soort zaak”, zei de politierechter en de officier van Justitie bleek in zijn requisitoir ook zwaar te tillen aan het misbruik van vertrouwen waaraan de verdachte zich had schuldig gemaakt. “Ik vind het niet makkelijk een straf te formuleren voor een verdachte, die in 48 jaar nog niet eerder met de justitie in aanraking is geweest”, aldus de officier, die tot een eis van fl. 200.00 boete en een maand voorwaardelijke gevangenisstraf kwam. “Ik ben hier voor het eerst binnen en ik kom hier nooit meer” zei de verdachte in zijn laatste woord. De politierechter veroordeelde N. tot fl. 150.00 boete en een maand voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde, dat de bewaker voor 1 december 1973 de ontvreemde postzegels alsnog moet betalen. Het is weer eens gebleken dat verwisseling van postzegels in rondzendboekjes voor de betrokkene tot zeer nare gevolgen kan leiden. Door nauwgezette controle van rondzendfunctionarissen in de afd. Weesp en de grote activiteit van het afdelingsbestuur om de dader te ontmaskeren is bovengenoemd vonnis tot stand gekomen. Het komt nog steeds voor dat postzegels in rondzendboekjes worden verwisseld. Deze handeling geeft niet alleen aan dat men een verduistering pleegt, doch men staat ook in het politioneel strafregister met alle nare gevolgen van dien. Bovendien wordt men ook uitgesloten lid te zijn of te worden van een filatelistische vereniging. Het belangrijkste is toch wel dat men het postzegel verzamelen niet waardig is en een medefilatelist benadeelt.


En nog een interessant krantenartikeltje uit de Haagse Courant van 10 oktober 1973

Filatelie zal met ingang van het volgend cursusjaar worden ingevoegd in het pakket “keuzevakken” op de Middelbare Technische School te Gouda. Men wil de scholieren in een twintigtal lessen wegwijs maken in de filatelie en het verzamelen van postzegels. Ook met het Sint Antonius College zijn besprekingen gaande. Slaagt de proef, dan zal bij andere middelbare scholen en zelfs bij zesde klassen van het lager onderwijs in Gouda de filatelie als hobbyvak worden geïntroduceerd. Van welke vereniging zal de eerste filatelie-hoogleraar afkomstig zijn?


Een beroemd filatelist

In 1970 gaf Oostenrijk een tweetal series postzegels uit met afbeeldingen van beroemde operettes. Een daarvan was gewijd aan Robert Stolz met de operette “Twee harten in driekwartsmaat” (Michel 1340). Robert Stolz kreeg vele verzoeken om zijn handtekening op de eerste dag enveloppe (FDC) te plaatsen. De componist was zo vereerd met de postale eer, alsmede de eer van de filatelisten, dat hij als dank een speciale wals heeft gecomponeerd. De naam daarvan is “de Filatelisten Wals”. Robert Stolz was bovendien zelf een verwoed verzamelaar van postzegels. Hij zegt dat filatelie een emotie teweeg brengt van het slaan van een brug tussen naties en generaties. De vraag of dit filatelie is behoeft dus niet te worden beantwoord!


Een overdenking van een verhaal dat gepubliceerd werd in januari 1974 in het orgaan CONTACT van Philatelica, voorganger van Het Paalhuis van Statuut 80

LET OP UW ZAAK: 36 jaar geleden.

Ondanks het feit dat de wereld en dus ook Nederland zich in een ernstige crisis bevindt, geloof ik dat onze hobby daaronder niet behoeft te lijden. Integendeel. Op recent gehouden veilingen is gebleken dat er niet alleen veel vraag is naar goede stukken, doch dat er ook hoge prijzen voor worden betaald. Kennelijk kopen niet alleen filatelisten op veilingen en elders, doch worden veel goede stukken weggekocht door rijkaards onder ons als geldbelegging. En persoonlijk vind ik het van die welgestelden nog niet eens zo dom. Ook zij zijn er ongetwijfeld van overtuigd dat “Filatelie” een grote toekomst heeft.

En waarom denkt men dat? De huidige crisis belooft inderdaad niet veel goeds voor onze welvaart. Wij zullen allen een veertje moeten laten. En is dat dan zo erg? Ik geloof het niet. De tendens van de laatste jaren was steeds meer dat wij geleefd werden in plaats van zelf te leven. Eigen initiatief werd niet meer gestimuleerd. Ik heb zo’n idee dat de huidige crisis echter ook nog wel wat goeds voor ons in petto heeft. Nederland heeft zich economisch zodanig ontwikkeld en is zo verweven met de economie van andere landen, dat toestanden als in de dertiger jaren niet meer terug zullen keren. Nederland zal welvarend blijven.

Wat zal er dan wel gebeuren? De klemtoon zal in plaats van op welvaart komen te liggen op welzijn. Er zullen op zeer korte termijn bij veel bedrijven werktijdverkortingen en ontslagen worden ingevoerd. Via meerdere economische ingrepen zal uiteindelijk iedereen veel meer vrije tijd krijgen en het grootste probleem voor ons allen zal worden het probleem van de vrijetijdsbesteding. En diegene die dan lid zijn van een gezonde en bloeiende vereniging zullen daarvan dan de vruchten plukken. Vooral de actieve leden die meewerken aan verenigingsactiviteiten en die verenigingsavonden bezoeken. Het aantal leden van verenigingen zal drastisch toenemen en daardoor zullen ongetwijfeld problemen ontstaan, waardoor besturen selectief zullen moeten optreden. Voor de leden zelf zal door veel vrije tijd de mogelijkheid, ja zelfs de behoefte ontstaan om zich meer met de hobby bezig te houden. Het aantal, zowel nieuwe als oudere regels, zal minder beschikbaar komen aangezien het aantal filatelisten zo zal toenemen en er zullen ongetwijfeld nog grote problemen voor de verenigingen ontstaan.

Doch problemen zijn er om opgelost te worden. Besturen is vooruitzien. Er zal meer een beroep op diverse leden worden gedaan en het bestuur hoopt op uw medewerking. Het peil van onze veilingen zal worden opgevoerd. Doe er uw voordeel mee en profiteer ervan nu het nog kan. En ik raad onze leden die praktisch nooit onze vergaderingen/bijeenkomsten bezoeken aan zulks op korte termijn wel te gaan doen. U ziet, dat ondanks de pessimistische geluiden die we overal rondom ons horen, de filatelistische klok helderder en luider zal gaan klinken. U bent gewaarschuwd, handel ernaar.


Maar weer eens een bericht uit onze oude doos, september 1973

Barend Servet en de Filatelie

Waar moet dat heen en waar komt die rotzooi toch vandaan? Het is weer zover. Nadat in een onzer vorige Contacten melding was gemaakt van postzegels met een rozengeur is uit hetzelfde koninkrijk BHUTAN thans de uitgifte van een serie sprekende postzegels te melden. Het zijn ronde zegels, gemaakt van een kunstof folie, aan de achterzijde gegomd en voorzien van goudkleurige waarde-inschriften. Op een pick-up afgedraaid hoort men achtereenvolgens de geschiedenis van het land van uitgifte, het nationale volkslied en een tweetal folkloristische liedjes. Alles zowel in de landstaal als in het Engels. Op afzonderlijk uitgegeven iets grotere luchtpostzegels hoort men hetzelfde, alleen iets langer (de zgn. langspeel zegels). Alleen al het feit dat een land zich in allerlei bochten wringt om toch maar iets zeer aparts op “filatelistisch” gebied te doen verschijnen, wijst er al op dat dit alles met filatelie niets meer van doen heeft.De verwachting is dan ook dat het koninkrijk BHUTAN in de toekomst nog wel meer stunts zal uithalen. En kennelijk loont het nog de moeite ook aangezien er altijd dwazen zijn die hun goede geld voor dergelijke rommel uitgeven. De loslopende man uit de Barend Servet-show heeft er maar een woord voor “BAH”. Misschien is daarom BHUTAN een van de “BAH”ama-eilanden?


Levenslied van een postzegel

Op een drukkerij geboren, ging ik vlug de wereld in.
Zo een doodgewone zegel, was en bleef ik in ’t begin.
Zonder dat men op mij lette, bleef ik op m’n envelop.
Daarna borg een oude juffer, mij bij haar geheimpjes op.
Jaren bleef ik opgesloten, tot mijn juffer overleed en
een nijdig erfgenaampje mij bij de oude rommel smeet.
Eerst dacht ik verbrand te worden, maar mijn envelop woei weg.
Een ventje dat ging vissen vond me hangen in een heg.
’t was een fief verzamelaartje, dat zijn zaakjes doet per cent.
Maar die boven negen stuivers nooit de zegelwaarde kent.
Hij verkocht mij voor een duppie aan een kenner in het vak,
Die me op een ereplaatsje in zijn wereldalbum stak.
Langzaam ging men mij beschrijven, men besprak me in de krant
en ik hoorde tot de zegels van de allerfijnste stand.
Honderd duizend goede guldens ben ik nu al zowat waard.
Door de hoogste zegelpieten wordt ik minzaam aangestaard.
Tot mijn vriend me ging verkopen en ik deed een verre reis,
Naar den groten Britsen Koning in zijn Buckingham Paleis.

J.H. (Koos) Speenhoff, 1925 (uit een wel zeer oude "antieke" doos)


Prehistorische vergissingen

Niets is menselijker dan een foutje maken. Ook de Amerikaanse PTT is dat overkomen. Althans dat beweren "wetenschappers" die studies maken over uitgestorven dieren, de zgn. "Paleontologie". Op een postzegel van 25 dollarcent staat de naam "Brontosaurus" onder de afbeelding van 2 uitgestorven reuzendieren. De postzegel behoort tot een serie van vier, die de dinosaurussenzegels worden genoemd. De Amerikaanse Paleontologische Society heeft een verklaring het levenslicht doen zien waarin staat dat de Brontosaurus nooit heeft bestaan. Deze naam is per ongeluk toegekend aan een Apatosaurus door een onderzoeker uit de vorige eeuw die de beenderen van een reptiel combi-neerde met de kop van een ander reptiel. Deze fout werd al 15 jaar geleden ontdekt. In alle musea is de naam Brontosaurus reeds vervangen door Apatosaurus en zijn de juiste beenderen bij de juiste schedel geplaatst. De wetenschappers hebben nog een bezwaar tegen deze serie postzegels. Op een van de zegels staat een Pteranodon, een vliegend reptiel. En dat is geen Dinosaurus volgens de geleerden zodat die zegel dan ook niet thuis hoort in deze serie.

De Britse paleontoloog David Marill deed onlangs in Brazilië een spectaculaire ontdekking. In de kelder van een museum in Rio de Janeiro vond hij meer dan duizend fossielen van Pterosaurussen. Sommige waren kleiner dan een mus maar anderen groter dan een vliegtuig. Aan een van die fossielen kleefde nog een stukje huid welke grappig genoeg, een beetje op mensenhuid leek. Men concludeert daaruit dat hun vleugels en de manier van vliegen op die van een vleermuis leken. Over de kleur van de huid wordt nog druk gespeculeerd. Wetenschappers denken voorzichtig dat die kleur waarschijnlijk rose is geweest. Voer voor Amerikanofielen !!!!!!!

Eerder gepubliceerd in het Paalhuis nr. 113 december 1991

Copyright © 2009-2018 Statuut 80
Design: Ben Koopmanschap
Laatst bijgewerkt: 03-01-2016